11/03/2014

Day One: The Time of the Author begins

by Jack McMartin, reporting from Villa Hellebosch, Vollezele

The tour bus carrying seven internationally renowned writers and four Passa Porta staffers rolls to a stop at the gates of Villa Hellebosch in Vollezele. A summerlike sun warms shoulders clad for late winter, shrugging. A thatched roof and gabled windows can just be gleamed at the end of the tree-lined drive. It seems we’ve arrived at a writers’ paradise (or a scene out of an Agatha Christie novel?) where the sun is always shining and time stands still. Here, “The Time of the Author” begins.



Monday, 10 March. Day One of the three-day writers’ retreat. Céline Curiol (France), Joke Hermsen (Netherlands), Iman Humaydan (Lebanon), Jens Christian Grøndahl (Denmark), Anne Provoost (Belgium), Goce Smilevski (Macedonia) and Juan Gabriel Vásquez (Columbia) settle in for conversation and reflection on the gathering’s focus: the relationship between the literary imagination and current affairs, along with readings from their work.



New(s)

Wading us into our allotted time, moderator Ortwin De Graef invites each writer to introduce him or herself, say why they have come and what they hope to get out of the retreat. It does not take long for lines of thought to emerge, overlap, find resonance.

Jens Christian insists on the need to find a language for writing in the here and now. “What does it mean to be there, right now, aesthetically and ethically?”

Juan Gabriel, a novelist and columnist, calls out the tension between the role of the columnist, who writes of the present as someone who knows and tries to convince, and the role of the novelist on the other, who writes of the past as someone who does not know.

Céline Curiol, who spent ten years as a journalist, asks what is news? Is news new? How should novelists use it? She points out that news is becoming more and more fictionalized while novels are becoming more and more ‘realistic’.

Kairos

Joke Hermsen, a writer and philosopher, is skeptical of time and is interested in alternative models and ways of thinking about it. Her new book explores Kairos, whose time is that of the right or opportune moment. She senses shimmers of this time in a world dominated by the linear, ever scarce and ever-accelerating time of Chronos.

Anne Provoost says that every novelist will sooner or later write about the past. In her historic novels, she looks for where we “missed the bend”, that is, where history had the chance to create something new but fell back on old habits instead. Knowing it does not exist, she fixates her gaze on a utopic future and proclaims the path leading to it literature. “This offers us the possibility of imagining the unimaginable.”

Goce Smilevski’s historiographical writing (e.g. Freud’s Sister) is concerned with remembering characters from history that were left behind, in the shadows of its giants. He, like Joke, senses a shift in the last few decades. “We have the resurrection of Kairos that Joke mentioned – the time of the time is coming again."

Unease

“I have a traumatic relationship with time,” says Iman. “I see time as a masculine thing because all these traumatic events in my life have happened by men.” The time of women is outside history for Iman. Writing about women has enabled her to write in the present, but a distrust of reality and time remains. “I am here to come nearer to a peaceful relationship with time,” she says.

The tour de table done, Ortwin sums up with characteristic frankness: “None of you seem to be content with time. I’m hearing a deeply felt unease with time. My questions to you: What is a happy time? Where is love? Where is God?”

Plenty of time to ponder these and more questions in the days to come.

Inaugural keynote by Juan Gabriel Vásquez

Yesterday 10 March, Columbian author Juan Gabriel Vásquez opened the first Passa Porta Seminar on "The Time of the Author" with a keynote answering the question "How does the writer relate to the news that he or she never entirely has under control, the news that we call "current affairs", "today's world" and "our time"?

From left to right: Jens Christian Grøndahl, Juan Gabriel Vásquez and Céline Curiol.



Discussing Vásquez' first keynote "Getting Poems from the News". From left to right: Ilke Froyen, Joke Hermsen and Anne Provoost

10/03/2014

Passa Porta Seminar "The Time of the Author" starting today

The first writers have arrived at Villa Hellebosch for the three-day Passa Porta Seminar.


21/11/2013

Ivo Victoria in Pittsburgh: dag 30.

Er zijn uiteraard ook zaken waarover ik niet heb geschreven. Die keer dat ik met drie jonge gasten in een auto aan een wietpijpje lurkte. De Amish people die elke week op de farmers market stonden. Mijn bezoek aan de indrukwekkende Cathedral of Learning. Het feit dat blank en zwart in Pittsburgh volledig langs elkaar heen leven. De daklozen bij de voedselbank. De dame die me vroeg waar in Brussel precies Antwerpen dan wel lag. De tweeënzeventig flesjes bier en vier flessen witte wijn die ik de afgelopen dertig dagen consumeerde in huiselijke kring. Mijn Engelse accent dat naar verluidt op die tijd behoorlijk op dat van de Pittsburghers is gaan lijken, een beetje binnenmonds, de altijd half vragende toon, een beetje zoals Antwerps dus eigenlijk hetgeen overigens een dialect is dat verbazingwekkend goed op Portugees lijkt, luister hier maar eens naar, maar dat geldt dan weer niet voor de Pittsburgher variant van Engels die ik nu dus beheers en waaruit ik moet concluderen dat ik óf geen persoonlijkheid heb óf een extreem goed ontwikkeld talent voor accenten vermits ook mijn Vlaams nauwelijks tijd nodig had om te vernederlandsen, iets wat mij vaak wordt verweten door mensen die vorm met inhoud verwarren, het heerst, maar genoeg: Pittsburgh, ik zal je missen.

20/11/2013

Ivo Victoria in Pittsburgh: dag 29.

Het zijn de dagen van de laatste keren. De laatste keer door het park naar de Giant Eagle wandelen, terwijl de herfstbladeren op grote hopen worden geblazen. De laatste keer dezelfde flauwe grap van de dame die mijn fles wijn afrekent in de Wine & Spirits. Het laatste pakje Newport Gold.
Gisteren was de lezing van Laurent Binet. Ik had dat – fantastische – boek meer dan een jaar geleden gelezen en nu hij er uit voordroeg, met het accent dat je van een Fransman mag verwachten, bleek dat ik enorm veel vergeten was. Er was een zinnetje, een kort, onopvallend zinnetje, dat mij naar mijn notitieboekje deed grijpen en terwijl het vragenrondje bezig was, zat ik als een gek te noteren wat mij te doen stond, hetgeen er in essentie op neer komt dat ik dat alles waaraan ik hier heb zitten werken weer van voorafaan kan gaan herschrijven hahahaha!
Daarna gingen we weer met zijn allen uit eten in een restaurant dat Lola heette. Voor vanavond heb ik een pizza in de diepvries liggen. Ja, afscheid nemen in stijl, laat dat maar aan mij over.

19/11/2013

Ivo Victoria in Pittsburgh: dag 28.

Deze stukjes moeten kort, anders leest niemand ze en daarom weet u ook niks over het verschraalde rockhol dat ik gisteravond bezocht en alwaar ik kennis maakte met drie post punk bands, een charmant roodharig boerinnetje, en een gast die armworstelde voor geld. En ik kan er verder ook niets over vertellen, omdat ik anders niet toe kom aan het bezoek van mijn Amerikaanse tante die me meenam naar Mount Washington en de Botanische tuinen. Waarna ik nog even verder pielde aan Dieven van Vuur en daarna spoorslags richting alweer een fijn restaurant moest om samen met Henry en Silvia de Franse schrijver Laurent Binet (van het fantastische HhhH) welkom te heten. Hij geeft hier vanavond een lezing maar maakte zich vooral zorgen om Frankrijk-Oekraïne en dat begrijp ik.
Tussendoor surfte ik nog wat over de interwebs en ook ik zag hoe Trijntje Oosterhuis in Nederland wat overmoedig een euro voor elke Facebook-like bood in het kader van de Giro555 actie voor de Filipijnen. En daarna uiteraard dat aanbod in moest trekken omdat wij er met zijn allen enorm goed in zijn geworden om iets viral te laten gaan wanneer we iemand willen kloten. Maar het meest typische en schrijnende aan dit voorvalletje was uiteraard de manier waarop het werd besproken op de geroemde social media – het virtuele lynchen ter meerdere eer en glorie van het eigen profiel zonder ook maar op een feitje of nuance meer of minder te kijken; hopen maar dat deze mensen, onder wie vreemd genoeg ook best lui die ik tot voor kort ernstig nam, net zo lang over hun bijdragen hebben nagedacht als Trijntje zelf.
Het is dat ze in de Filipijnen andere zaken aan hun hoofd hebben dan de manier waarop wij hier leuk meerwaarde creëren rond hun ellende.

18/11/2013

Ivo Victoria in Pittsburgh: dag 27.

Musea en ik, het is moeilijk. Maar ik ben van goede wil. Gisteren ging ik naar de Mattress Factory. Moderne kunst. Er zaten een paar aardige dingen bij, zeg maar. Tot ik op de zo goed als verduisterde tweede verdieping arriveerde, volledig gewijd aan werk van James Turrell. Voor een installatie, genaamd Pleiades, moet je een lange verduisterde gang in die schuin omhoog loopt en uitkomt op een balkon waarop twee stoelen staan met zicht op een lege ruimte. Dit weet ik alleen omdat een andere bezoeker de zaklamp van zijn iPhone aan deed. Samen met hem liep ik terug en nam de lift naar een andere verdieping. Maar eenmaal daar dacht ik: nee, ik wil dit zien. Dus ik ging terug, schuifelde in complete duisternis door die smalle gang naar boven en ging zitten op één van de stoelen. Het bordje bij de lift had gezegd: ‘The piece takes about 15 minutes to be seen.’
Ik staarde in de donkere ruimte voor mij. Ik bewoog mijn hand voor mijn ogen en kon ternauwernood een beweging ontwaren – zo donker. Op mijn netvlies speelden vlekken, zoals je ziet wanneer je je ogen sluit. De hele tijd zat ik daar alleen, hoorde de voetstappen van andere bezoekers die halfweg de gang al terugliepen of helemaal niet naar binnen durfden of wilden. Ik bleef staren. En plots, na een minuut of tien, besefte ik dat die witte vlekken, die nauwelijks zichtbare schemering van licht die ik aan mijn eigen ogen had toegeschreven zich in feite in de kamer voor mij afspeelden, ergens op de achterste wand wellicht, een verbijsterend subtiel spel van licht en ruimte, alleen te zien voor wie de tijd nam om samen te vallen met het kunstwerk. Het was ongelofelijk. Deze beschrijving doet de ervaring schromelijk te kort maar gedurende enkele minuten voelde ik me dankbaar en zielsgelukkig.

17/11/2013

Ivo Victoria in Pittsburgh: dag 26.

Ik besloot een boek te gaan lezen dat mij in het voorjaar, na lezing van de eerste versie van Dieven van vuur, was aangeraden door Katrien van de Bezige Bij Antwerpen: Een lied van schijn en wezen, een novelle van Cees Nooteboom. Ik downloadde het ebook en las het in één ruk uit terwijl ik ondertussen notities maakte. Een van de drama’s van het schrijverschap: nooit meer een boek lezen zonder notities te maken. Ik had nooit eerder iets van Cees Nooteboom gelezen en ’s avonds zag ik op de interwebs dat diezelfde dag in Amsterdam zijn 80ste verjaardag werd gevierd. Ja, noem het maar toeval.
Verder bleef ik de hele dag binnen en klooide verder aan met het boek. Ik was een beetje brak van mijn avond met de filosofen. Na het avondeten belde ik met mijn Amerikaanse tante, die een uurtje rijden van Pittsburgh woont. Maandag komt ze me oppikken en neemt ze me mee naar Mount Washington, de berg die de stad over ziet.
Ze zei: ‘De laatste keer dat ik je zag was je vier.’
Daarna nam ik een biertje en rookte een sigaret. Op slag voelde ik me beter en ik besloot een poging te ondernemen om die laatste, grote scène van het boek te schrijven, je weet wel, die ene scène waardoor alles onvergetelijk of potsierlijk wordt – en ik ging er vol voor, dat dient gezegd.

16/11/2013

Ivo Victoria in Pittsburgh: dag 25.

Wat Dieven van Vuur betreft, zoals wij Boek 3 tegenwoordig officieel mogen noemen, ben ik nu in de aanklooi-fase beland. Dat is precies wat het woord zegt: een beetje aanklooien. Zinnetje erbij hier, zinnetje weg daar, even F5-en op een paar sleutelwoorden, kijken hoe ze verspreid door het boek staan. Een kleine scène erbij, een kleine scène eruit. En ondertussen jezelf wijsmaken dat je dit doet omdat het allemaal wel min of meer staat en er geen noemenswaardige problemen meer zijn terwijl je donders goed weet dat de problemen in feite ENORM zijn en je niets anders aan het doen bent dan tijd winnen totdat je het eindelijk aan iemand durft te laten lezen, simpelweg omdat je het aanklooien beu bent. Leuke fase, hoor.
Rond de middag kwam Olivia langs en we deden een video interview voor de site van City of Asylum. Meteen daarna arriveerde Rita, een geestige Litouwse dichter, die mij op sleeptouw door Pittsburgh nam. We gingen lekker lunchen, bezochten het Carnegie Museum of Art waar we een geweldige muzikale installatie zagen waarbij alle instrumenten gebouwd waren van (onderdelen van) pistolen. Daarna ontmoetten we een jonge dichter die met precies dezelfde thematiek in de weer was als ik in Dieven van Vuur en mij en passant zonder dat ze het wist een geweldig idee voor een kort verhaal aan de hand deed. Vervolgens reden we naar een feestje van een filosoof die eerder die dag zijn doctoraatsthesis met succes had verdedigd en zo bevond ik mij plots tussen alleen maar filosofen, jonge kerels nog, die elkaar onafgebroken met stellingen en citaten om de oren sloegen terwijl de drank er flink doorheen werd gejaagd. Ik noteerde titels van boeken over witchcraft, ik leerde dat Christian Noyer de baas van de wereld is, iemand brulde in mijn oor dat ik alles van Georges Bataille moest lezen en dan met name dat ene deel over de soevereiniteit van de artiest, en aan het eind van de avond, toen we in het appartement van de kersverse doctor waren beland, raakte ik in gesprek met een vreemd type, een hyperintelligente, kwetsbaar ogende dichter die in New York filosofie doceerde en de hele tijd dramatische vragen en stellingen rondslingerde waarbij hij getormenteerd met zijn handen door zijn haren ging of zijn gezicht verborg en hij vroeg mij ‘WHY do you write?’ en ik zei wat ik altijd zeg wanneer mij dat wordt gevraagd namelijk ‘Because I have to.’ Maar daar kwam ik bij deze jongen niet zo makkelijk mee weg.

15/11/2013

Ivo Victoria in Pittsburgh: dag 24.

Voordat Henry en Silvia mij ophaalden om te gaan eten in een kerk die verbouwd is tot brouwerij (met de ketels, zoals het hoort, op de plek van het altaar) en daarna naar de wekelijkse jazz avond in CJ’s te gaan, surfte ik wat over de interwebs en zag dat ene Toon van de Vijver, een medewerker van het nieuwe Canvas boekenprogramma Man Over Boek, auteur Ann De Craemer uitschold voor mislukte schrijfster omdat ze kritiek had op het programma. Een paar clicks verder schold de anonieme beheerder van de Man Over Boek-fanpage een al even hard scheldende kijker de huid vol. Gezellig.
Ik heb zelf eerder in de Standaard geschreven dat ik nogal bang was voor dat programma op basis van de trailers en ik heb het nog niet kunnen zien – dat bewaar ik voor thuis – maar ik hoor ook mensen die er enthousiast over zijn. dus ik dacht, ik ga deze Toon bevrienden op FB zodat ik deze discussie (nog) beter kan volgen. Daar reageerde hij niet op. Ook goed, geen probleem. Ondertussen lees ik her en der reacties en opinies en overal gaat het er nogal hevig aan toe. Het schijnt de enige manier te zijn waarop deze dagen debat kan worden gevoerd, over eender welk onderwerp.
En dat deed me dan weer denken aan een artikel van Thijs Kleinpaste in NRC, een hele tijd geleden, waarin hij uiteen zette wat een tragedie is. Antigone wil haar beide broers begraven ook al is de ene een held en de ander een verrader. Want dat zijn nu eenmaal de wetten van de Goden. Creon wil dit niet toestaan, conform de wetten van de stad. Beide standpunten zijn begrijpelijk maar onverenigbaar. Er is geen andere uitweg dan dood of vernedering. Dat is de tragedie: de onverenigbaarheid van waarden die tegengesteld zijn aan elkaar maar beiden even oprecht, diepgeworteld, redelijk, zelfs sympathiek zijn. De armoede van het hedendaagse debat is dat het verdedigen van de ene waarde, onvermijdelijk het verwerpen van de andere betekent. Het vergt moed om de relatieve geldigheid van de eigen overtuiging te erkennen en ze toch onversaagd te verdedigen. Aldus Thijs Kleinpaste. Want wanneer ik zulke slimme dingen lees, dan copy/paste (haha!) ik ze in een word document en herlees ze af en toe. Zouden meer mensen moeten doen.

14/11/2013

Ivo Victoria in Pittsburgh: dag 23.

Josh reed met mij naar de Giant Eagle om boodschappen te doen. We hadden elkaar nog niet eerder ontmoet maar zondag gaan we samen obscure bandjes kijken. Josh speelt zelf ook in een obsuur bandje, en hij had gehoord dat ik ook lang in een obscuur bandje zat en dus wilde hij daar alles over weten – nou, als er iemand is die je kan vertellen hoe je als bandje ontzettend lang in de obscuriteit kunt verblijven, dan ben ik het wel. Dus terwijl we de gangpaden doorliepen en ik mijn karretje vulde met veel te grote porties van allerlei voedingswaren die op mijn boodschappenlijstje stonden, vertelde ik over mijn muzikale carrière inclusief gepaste melancholische glimlach, als een oude man.
's Avonds keek ik nog even DWDD via de NPO-app op de iPad. Dat doe ik hier wel vaker. Men verbaasde zich over het recordbedrag dat in NY voor een schilderij van Bacon was neergeteld. En dat in tijden van crisis. Dat verbaasde mij dan weer, dat men zich daarover verbaasde, en ook verbaasde het mij dat niemand zei dat kunst, net als goud, of koper, nét in tijden van crisis meer waard is omdat zo'n aankoop veel eenvoudiger en minder risicovol is dan het simpelste beleggingsproduct van een bank waarvan nét hele rijke mensen precies weten hoe onbetrouwbaar ze zijn.  Afijn. Dat is mijn mening voor vandaag.
Thuis gekomen rookte ik een sigaret voor het huis en er kwam een gezin voorbij, een gezette man, een gezette vrouw en hun dochter.
‘Yo,’ riep de man. ‘Waar heb je die Pony’s vandaan?’ En hij wees naar mijn sneakers.
‘Holland,’ zei ik.
‘Harlem?’ vroeg hij.
Kortom. Vier weken hier. Prima geïntegreerd.

13/11/2013

Ivo Victoria in Pittsburgh: dag 22.

Rond een uur of vier ging ik op bezoek bij Mister Mosley, een 87-jarige beeldend kunstenaar die hier om de hoek woont. Zijn 19e eeuwse huisje was een museum, volgestouwd met Afro-American tribal art – enorme houten totems, eentje van meer dan honderd jaar oud – en ook meer abstracte werken van Mister Mosley zelf. De muren waren behangen met honderden foto’s, voornamelijk van oude jazz muzikanten. Daar kwam ik voor. Om met Mister Mosley over jazz te praten.
En dat deden we. Twee uur lang legde hij de ene plaat na de andere op terwijl ik probeerde om hem iets te ontlokken, iets slim, iets waar ik iets mee kon. En dat was dom. Maar Mister Mosley trok zich van mij niks aan, gelukkig. Hij schonk wijn in en haalde albums boven van Bud Powell, John Coltrane, Donald Byrd en Roland Kirk – een muzikant die vier blaasinstrumenten tegelijk kon bespelen als het moest, en ook als het niet moest. Mister Mosley had ze allemaal gezien en/of ontmoet, en verder konden mijn vragen hem niet zo bijster veel interesseren, alles wat hij eigenlijk zei was dat als ik jazz beter wilde begrijpen, ik moest beginnen met vaak naar ballads te luisteren.
‘Als je hoort wat ze traag doen, zal je het beter begrijpen als ze snel spelen.’
Kortom. Eenvoudig beginnen en daarna zal je die eenvoud makkelijker terugvinden, ook wanneer de dingen ingewikkeld zijn geworden. Het leven zelf, als het waren. Kon ik wel wat mee.

12/11/2013

Ivo Victoria in Pittsburgh: dag 21.

Op de vlucht terug naar Pittsburgh las ik Van dode mannen win je niet uit, de nieuwe roman van Walter van den Berg. Vanaf de eerste bladzijde hangt er een haast onuitstaanbare akelige spanning in dat boek. Goed. Erg goed. Koop het. Nee, serieus.
Toen we landden, dacht ik: ha, thuis. Dat is natuurlijk een gekke gedachte want eerder die dag had ik nog een acute aanval van heimwee toen ik de foto’s van Lou en Lola zag, die in Amsterdam met hun lampionnetje snoep hadden opgehaald tijdens Sint Maarten.
De taxichauffeur was een Poolse Engelsman die 43 jaar geleden naar Amerika was geëmigreerd omdat zijn moeder én zijn twee zussen alle drie gelijktijdig hadden besloten te trouwen met een in Engeland gelegerde Amerikaanse soldaat. Hij had daarna zelf twee jaar in het Amerikaanse leger gediend en toen hij eruit kwam dacht hij dat hij nu wel makkelijk de Amerikaanse nationaliteit zou krijgen maar dat bleek niet het geval; hij moest gewoon de normale procedure volgen. Dat vertikte hij en nu heeft hij al meer dan 40 jaar een green card. Ook hij voelde zich thuis in Pittsburgh, dus ja, zo’n gekke gedachte was het misschien niet, wat heeft de tijd er ook mee te maken, eigenlijk, ik bedoel: toen ik mijn huisje op Sampsonia Way betrad, klikte ik blindelings de lichten aan, pakte snel mijn spulletjes uit, trok een biertje uit de koelkast en rookte een sigaret op mijn vaste plek, voor de voordeur, bovenaan de kleine trap die naar de straat leidt. Prima biertje, prima sigaret, mijn vriend het konijn kwam voorbij gehuppeld, morgen weer aan het werk en net op het moment dat ik de laatste rook de straat in blies, begon het zachtjes te sneeuwen.

11/11/2013

Ivo Victoria in Pittsburgh: dag 20.

We kwamen terecht in een prima kroeg, ergens in Brooklyn, niet ver van het prima shushi restaurant waar we hadden gegeten en eigenlijk alleen maar omdat ik heel dringend naar toilet moest.
Het eerste deel was een soort ouderwets salon met hoge, statige boekenkasten, en het tweede deel was een grote open ruimte waarin men twee bowl baantjes had aangelegd. Er stonden jonge hipsters met grote houten ballen naar een klein houten balletje te rollen en ondertussen lurkten ze aan hun biertje.
Wij gingen zitten aan de bar en bestelden bier en de enorme vent die ons bediende zei meteen ‘Ten dollars’ en dat deed hij iedere keer als wij wat bestelden. Meteen zeggen hoeveel het was en weg lopen. Naarmate de avond vorderde werd hij steeds chagrijniger, wellicht omdat wij hadden besloten de tip pas te geven als we weg gingen. Zijn maatje was drie maten kleiner en dunner en had een Joy Division t-shirt aan en Leon en ik praatten wat over die ene keer dat die jongen een clubtour door Duitsland had gedaan met zijn hardcore bandje maar dat kon hij natuurlijk niet weten.
We dronken en we dronken en de hipsters bleven met de houten ballen rollen en aan het eind van de avond besloten we dat we in een prima kroeg terecht waren gekomen en we overliepen de paar kleinigheden die wij aan die kroeg zouden veranderen eenmaal wij de nieuwe eigenaars waren geworden. Bowl baantjes eruit, pétanque baantjes erin, daar kwam het wel op neer en Leon bestelde nog twee glazen van een fles whisky die hij thuis ook had staan.

10/11/2013

Ivo Victoria in Pittsburgh: dag 19.

Toen we Tom’s Diner uit kwamen – het is niet duidelijk of het hier de diner uit het liedje van Suzanne Vega betreft, enig googlen bood geen uitkomst, ook al hing de tekst van nummer binnen wel ingekaderd aan de muur – stond er een hele lang rij. Dat geeft altijd een goed gevoel hé. Wij hadden net ontbeten in dé tent van Brooklyn en heel veel andere mensen gingen dat ook doen, alleen zouden zij langer moeten wachten.
Daarna kochten we kaartjes voor de NBA-wedstrijd tussen de Brooklyn Nets en de Indiana Pacers. Daar waren we blij mee dus Leon zette een foto van de tickets op Facebook en heel wat mensen rekenden ons voor dat we voor dat geld ook heel wat andere dingen konden doen en dat klopt ook wel, alleen ben je dan ook 135 dollar per persoon kwijt en heb je geen NBA basketbal gezien. Kortom. De Nets verloren, maar eens te meer was het een genoegen om de Amerikaanse sportbeleving te zien, good time fun, zonder onsportiviteit bij spelers of publiek, alleen maar blije gezichten en de vijf juichende Pacers-fan die we bij de uitgang tegen kwamen werden niet in elkaar geslagen. Verfrissend.
Tussendoor liepen we door Soho en Nolita, dronken koffie, dronken bier, aten burgers en bbq chicken en ondertussen dwaalden mijn gedachten geregeld af naar Boek 3 en dat ik daar vanaf dinsdag maar weer eens vol in moest vliegen. Binnen minder dan twee weken vlieg ik alweer naar huis. Terug op de hotelkamer keken we nog even American Football. Notre Dame – Pittsburgh. Pittsburgh won.

09/11/2013

Ivo Victoria in Pittsburgh: dag 18.

Het was een klein vliegtuig, het maakte het geluid van een opgevoerd brommertje, en op een gegeven moment vielen we in een luchtzak zoals ik niet eerder een val in een luchtzak had ervaren. Kortom. Ik ben een beetje klaar met vliegen, en in de komende twee weken moet ik nog twee keer.
De taxi raakte verstrikt in traffic, we doorkruisten heel Brooklyn tegen een slakkengangetje en het was interessant om te zien hoe de wijk steeds rijker en schoner werd naarmate we ons doel naderden.
Op de hotelkamer had Leon bier koud gezet. We namen de metro en belandden in een bar in Soho. Meer bier. Daarna pizza bij Pulino’s. De mijne was extreem pikant. Daarna terug naar het hotel. En gedurende al die tijd praatten Leon en ik bij, en we keken om ons heen, naar de mensen die hier wonen. Iedereen die hoorde dat ik naar New York ging voor het weekend wilde weten wat ik allemaal ging doen en bezoeken en zien. Zelf denk ik dat als je in New York heel druk vanalles gaat doen en zien, je de helft mist van wat die stad zo te gek maakt. Nu ja, dat geldt eigenlijk voor elke stad.

08/11/2013

Ivo Victoria in Pittsburgh: dag 17.

De hele nacht, en ook nu nog, hingen er helikopters boven de wijk. Dusdanig was blijkbaar de opwinding over mijn Amerikaans live debuut gisteravond, dat men rellen vreesde.
Er waren een vijftigtal mensen in de prachtige ruimte die Henry zijn woonkamer mag noemen. Voor mij las Roman Antopolsky, een Argentijnse dichter. Hij deed een hoofdstuk uit het boek waaraan hij werkt, een historische roman naar ik begrijp waarin zelfs Guido Gezelle een rol speelt. Ik onthield de zin: ‘He sensed a possibility in himself to melt.’ Of zoiets. Mooi beeld. Ik dacht: dat ga ik pikken.
Daarna las ik fragmenten voor uit Hoe ik nimmer… en Gelukkig zijn we machteloos. Uit dat laatste boek deed ik de onweerscène, mensen die het gelezen hebben zullen weten wat ik bedoel, en het was fijn om te merken dat iedereen in spanning luisterde, ik had nooit eerder in het Engels voorgedragen en tijdens het lezen dacht ik: hey, dit werkt. Kortom. Ik zag hem alweer geniepig de hoek om komen piepen, mijn goede vriend genaamd overmoed.
’s Ochtends was ik in het Andy Warhol museum. Fascinerend is het atelier waar men momenteel de ongeveer 500 time capsules opent die Warhol bij hield. Vijfhonderd kartonnen dozen waarin hij alles – postkaarten, brieven, rekeningen, geschenken, … - van een bepaalde periode in gooide. Hij had er altijd eentje naast zijn bureau staan. En ik moest denken aan een personage uit boek 3 die dat ook doet, min of meer, en ik vroeg me af waarom ik zo veel weg gooi. Nou ja. Warhol geeft zelf het antwoord in zijn dagboek: ‘I opened a Time Capsule and everytime I do it, it’s a mistake because I drag it back and start looking through it.’ Een prima motto voor Boek 3, nu ik er zo over denk.

07/11/2013

Ivo Victoria in Pittsburgh: dag 16.

Het begon prima, op de brug over de Allegheny river met een betoverend uitzicht en aankomst aan de overkant in een park waar duchtig honkballen over en weer werden gegooid. Daarna downtown in. Ik raakte de weg kwijt. Een bejaard koppel lachte mij eerst hartelijk uit – een fietser tussen de wolkenkrabbers haha! – en wees me toen de juiste route. Ik begon over Forbes Avenue te fietsen. Het werd steeds drukker. Steeds kaler. Steeds armer. Toen versmalde de weg plots, ging tegen de snelweg aan lopen, ik dacht even dat ik op een oprit was beland, maar nee, trucks en auto’s scheurden luid toeterend langs me heen. Na tweehonderd meter pure adrenaline kon ik een vluchtheuvel opwippen. Daarna draaide de weg en werd alles mooier, en rijker en belandde ik waar ik zijn moest: Oakland, waar ook de University of Pittsburgh is.
Ik was moe. Het was warm. En tegelijk had ik de smaak te pakken. Ik fietste door het gigantische Schenley Park, zag een waanzinnig vergezicht over een vallei waarin treinsporen liepen, zomaar, midden in de stad. Daarna parkeerde ik de fiets en at een hot-dog op een pleintje waar voornamelijk studenten zaten, met zicht op de imposante toren die van de universiteit een landmark maakt. En ik dacht aan mijn oom die hier in 1963 arriveerde en hoe hij hier wellicht op dit pleintje ook een hot-dog had gegeten, en door de straten en het park had gelopen, nieuwsgierig de mensen bekijkend, zich afvragend wat voor land dit was, niet wetend dat hij er de rest van zijn leven zou wonen. En overal zag ik het ronde universiteitslogo, en ook zag ik een winkel waar ze merchandise van de universiteit verkochten, en opnieuw moest ik aan mijn oom denken, en de t-shirts en sweaters die hij in de zomer voor ons meenam als cadeau wanneer hij ons bezocht. Ik had al minstens twintig jaar niet meer aan die t-shirts gedacht. Ze waren altijd drie maten te groot.

06/11/2013

Ivo Victoria in Pittsburgh: dag 15.

Lichte ontzetting gisterochtend toen ik bij herlezing van het opiniestuk in De Standaard vast stelde dat ik in dat stuk geen jonge vrouwelijke publicisten/auteurs noem. Verbijsterend latent machogedrag terwijl iedereen weet dat ik dól op vrouwen ben. Op Twitter bood ik proactief mijn oprechte excuses aan bij Simone van Saarloos, Olga Kortz en Ann De Craemer bij wijze van representatieve steekproef. Daar wisten ze niet goed raad mee, dus ik bood aan om een keer lekker voor ze te koken. Had natuurlijk weer precies het omgekeerde effect. Tót Olga lucht kreeg van mijn verpletterende culinaire reputatie. Dus oké. Ik hang.
Morgen treed ik hier op, in Pittsburgh. Een lezing samen met de Argentijnse dichter Roman Antopolsky. Ik kijk daar naar uit, uiteraard, ik heb nog nooit eigen werk in het Engels voorgedragen en wanneer ze in Amerika ‘reading’ zeggen, dan bedoelen ze ook echt reading: twintig minuten voordragen aan een stuk. Benieuwd of het publiek dat trekt.
Maar veel liever nog dan hier te op te treden en tegelijk veel liever niet, was ik gisteravond in de Brakke Grond geweest om eer te betonen aan Thomas Blondeau. Ik denk hier veel aan hem, eigenlijk elke dag, tijdens het schrijven, en ’s avonds wanneer ik in bed lig en nadenk over wat ik allemaal nog in dit leven wil doen.
Overigens moest ik aan het eind van de dag vaststellen dat ik niet was gaan fietsen, zoals gepland, en dat er plots een afgeronde, complete versie van Boek 3 was. Dat had ik niet verwacht. Binnen twee dagen vind ik het kut, maar goed, voor nu mocht ik een biertje en ondertussen prepareerde ik twee lamsschenkels en zette ze in de oven. Ik maak a mean lamsschenkel, ik zweer het je, dat zullen die dames nog ondervinden. Hopen maar dat er geen vegetariërs tussen zitten. (Want een echte man maakt natuurlijk vlees.)

05/11/2013

Ivo Victoria in Pittsburgh: dag 14.

Ik had me voorgenomen mij volledig op het boek te concentreren maar dit weekend raakte ik afgeleid door de openingsspeech van Christophe Van Gerrewey op de Boekenbeurs in Antwerpen. Dinsdag staat er een uitgebreide reactie van mijn hand op de opiniepagina’s van De Standaard. Linkje volgt.
Ik heb altijd een ongemakkelijke houding gehad ten opzichte van mezelf als opiniemaker. Ik merk dat het formuleren van zo’n mening me uitput, en vaak met een leeg gevoel achter laat. Tegelijk vind ik het belangrijk genoeg en neem ik me keer op keer voor het vaker te doen. Ik vraag me af hoe mensen die beroepsmatig leven van het formuleren van meningen, en dat zijn er nogal wat tegenwoordig, hiermee omgaan. Het lijkt hen makkelijk af te gaan. Het zal wel met mijn zelfbeeld te maken hebben. Want in de eerste plaats zie ik mijzelf toch als een seksueel wezen, uiteraard.
Verder kreeg ik vandaag een fiets van Henry. Daar ga ik morgenmiddag de stad mee in. Dat schijnt levensgevaarlijk te zijn. Reden waarom ik de bijgeleverde fluo gele helm zal dragen, ook al is dat slecht voor mijn imago maar hey.
’s Avonds bakte ik de Italiaanse worst die ik vrijdag op de Farmers Market kocht. Uitzonderlijk lekkere worst. Ik overweeg ernstig om grote hoeveelheden van deze lekkernij vacuüm verpakt mee terug te smokkelen naar het thuisland. Terwijl de worst sudderde rookte ik een sigaret buiten. Voor de tweede avond op rij kwam er een konijntje de straat afgelopen. Het hield halt vlak voor mij, keek me aan, huppelde verder, keek me weer aan, huppelde weer door, keek om. Kortom. Ik meen te mogen zeggen dat wij vrienden zijn.